Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

rszppo.fgov.be burger statuut kind geplaatst kind

Het statuut van uw kind wijzigt
Uw kind wordt geplaatst

Indien noodzakelijk wordt het kind door de jeugdbeschermingsdienst geplaatst in een pleeggezin of in een jeugdinstelling. De dienst brengt het kinderbijslagfonds op de hoogte. De ouders (of hun ziekenfonds of fonds voor gehandicapten) kunnen hun kind ook zelf in een Medisch Pedagogisch Instituut (MPI) of andere instelling plaatsen. Zij moeten deze plaatsing zelf aan het kinderbijslagfonds melden.

  1. Plaatsing in een pleeggezin
  2. Plaatsing in een jeugdinstelling
  3. Plaatsing in een MPI of een andere instelling

 

1. Plaatsing in een pleeggezin

Vanaf de maand volgend op de datum van de plaatsing ontvangen de ouders geen kinderbijslag meer voor het geplaatste kind. Het fonds van de werkgever van de pleegouders betaalt de kinderbijslag uit aan het pleeggezin.

Blijft het kind na zijn 18de nog verder deel uitmaken van dit gezin, dan mag bij algemene ministeriële afwijking alsnog aan dit gezin doorbetaald worden, ook al nam de plaatsingsmaatregel als zodanig een einde.

Om de reïntegratie van het geplaatste kind in het ouderlijk gezin te bevorderen werd vanaf 1 oktober 2004 een nieuwe regeling van kracht. Hierdoor krijgt de persoon die vóór de plaatsing de volledige kinderbijslag ontving een maandelijks bedrag van 58,22 EUR. Hij of zij moet wel nauw contact blijven onderhouden met het kind.

Deze forfaitaire bijslag wordt echter niet altijd toegekend. Zo kan het kind geplaatst worden bij de grootouders en de moeder ook deel uitmaakt van dit gezin. Aangezien het oorspronkelijke gezin en het onthaalgezin dan feitelijk samenvallen, wordt enkel de gewone kinderbijslag uitbetaald aan de grootouders.

Ook als het kind zelf de kinderbijslag ontving in de periode vóór de plaatsing vervalt het recht op de forfaitaire bijslag. Dit is ook het geval als het kind deeltijds in een pleeggezin verblijft en deeltijds in een instelling (= "dubbele plaatsing") en het gezin van oorsprong reeds 1/3 van de eigenlijke kinderbijslag ontvangt. (zie hieronder)

top

2. Plaatsing in een jeugdinstelling

Vanaf de maand volgend op de datum van de plaatsing wordt 2/3 van de kinderbijslag voor het kind uitbetaald aan de dienst jeugdbescherming. De dienst jeugdbescherming bepaalt wie het resterend 1/3 toegewezen krijgt en neemt contact op met het kinderbijslagfonds dat het nodige zal doen.

In de regel ontvangt de persoon die het kind opvoedde vóór de plaatsing dit bedrag zolang die nauw contact blijft houden met het kind. De rechter kan ook beslissen om dit bedrag op een geblokkeerde spaarrekening op naam van het kind te laten storten.

Belangrijk is het principe van "proportionele verdeling". Dit heeft betrekking op de berekening van de kinderbijslag in het geval een geplaatst kind (in een instelling) gegroepeerd wordt met andere kinderen. Deze situatie onstaat als een gezin meerdere kinderen telt waarvan er minstens 1 geplaatst wordt in een jeugdinstelling.

1/3 van de kinderbijslag wordt uitbetaald aan een natuurlijk persoon (bv. een van de ouders, stiefouders, grootouders, ...) die het kind vóór de plaatsing opvoedde.

  • De basiskinderbijslagen en sociale toeslagen van de kinderen worden samengeteld
  • Dit bedrag wordt gedeeld door het aantal kinderen (resultaat = gemiddelde bijslag)
  • Voor het geplaatste kind wordt daar de leeftijdstoeslag en/of de toeslag voor een gehandicapt kind bijgeteld.
  • Het resultaat van deze som wordt als volgt verdeeld: 2/3 voor de jeugdinstelling, 1/3 voor de natuurlijke persoon
  • Het geplaatste kind telt mee in de rangorde van de kinderen bij het vaststellen van de bijkomende bijslag voor de rang. Bv. als het geplaatste kind het oudste kind is van 4 kinderen, neemt het rang 1 in. Er wordt verder ook bijslag uitbetaald voor rang 2, 3 en 4.

1/3 van de kinderbijslag wordt gestort op een geblokkeerde spaarrekening.

  • De basiskinderbijslagen en sociale toeslagen van de kinderen worden samengeteld
  • Dit bedrag wordt gedeeld door het aantal kinderen (resultaat = gemiddelde bijslag)
  • Voor het geplaatste kind wordt daar de leeftijdstoeslag en/of de toeslag voor een gehandicapt kind bijgeteld.
  • Het resultaat van deze som wordt als volgt verdeeld: 2/3 voor de jeugdinstelling, 1/3 op de spaarrekening
  • Het geplaatste kind telt niet mee in de rangorde van de kinderen bij het vaststellen van de bijkomende bijslag voor de rang. Bv. als het geplaatste kind het oudste kind is van 4 kinderen, neemt het tweede kind rang 1 in. Er wordt verder ook bijslag uitbetaald voor rang 2 en 3.

top

3. Plaatsing in een MPI of een andere instelling

Zie hierboven: Plaatsing in een jeugdinstelling

top