RSZPPO - Historiek & opdrachten
- Inleiding
- Tijdslijn
- Opdrachten
- Aangesloten werkgevers
- Aangesloten werkgevers - Commentaar
- Wettelijke basis
1. Inleiding
De Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten is het socialezekerheidsorganisme dat bevoegd is voor de provinciale en plaatselijke besturen zoals o.m. de provincies, gemeenten, intercommunales, OCMW's.
Voor deze besturen en voor hun
personeelsleden is de RSZPPO dé toegangspoort tot de sociale zekerheid. Voor hen organiseert de RSZPPO de onderlinge solidariteit. Voor sommige bevoegdheden zijn alle besturen verplicht aangesloten (kinderbijslag, betaling socialezekerheidsbijdragen), voor andere (sociale dienst, pensioenfinanciering) hebben ze er zelf voor gekozen om toe te treden.
top
2. Tijdslijn
1952 |
Oprichting van de Bijzondere Compensatiekas. De opdrachten beperken zich tot de inning van de hoofdelijke kinderbijslagbijdrage en tot de betaling van de kinderbijslag aan de statutaire en contractuele personeelsleden van de aangesloten besturen. |
1972 |
De Gemeenschappelijke Sociale Dienst wordt opgericht. |
1986 |
In toepassing van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, wordt het organisme de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten. De bevoegdheden van de Rijksdienst worden uitgebreid tot de inning en de verdeling van de werkgevers- en werknemersbijdragen van sociale zekerheid voor deze besturen. |
1987 |
Overheveling van de Omslagkas der Gemeentelijke Pensioenen naar de RSZPPO. De Rijksdienst wordt belast met het beheer van de financiering van het gemeenschappelijk pensioenstelsel van de plaatselijke besturen. Later wordt deze taak uitgebreid naar het pensioenstelsel van de nieuw bij de Rijksdienst aangeslotenen (1994). |
2002 |
Politiehervorming: de 196 lokale politiezones worden aangesloten bij de RSZPPO. Voor de vastbenoemde personeelsleden wordt een nieuw pensioenstelsel opgericht, het Fonds voor de Pensioenen van de Geïntegreerde Politie. |
2003 |
Start van het e-governmentproject (Dimona - DmfAPPL - ASR) |
top
3. Opdrachten
De RSZPPO vervult de volgende taken voor
de provinciale en plaatselijke besturen en
hun personeelsleden:
- uitbetaling van de gezinsbijslagen
- inning en verdeling van socialezekerheidsbijdragen en de ermee gelijkgestelde bijdragen
- uitbetaling van bepaalde premies ter bevordering van de tewerkstelling
- beheer van de financiering van de pensioenstelsels van vastbenoemden (cf. vroegere Omslagkas der Gemeentelijke Pensioenen)
- organisatie van een Gemeenschappelijke Sociale Dienst
top
4. Aangesloten werkgevers
De bij de Rijksdienst aangesloten besturen worden opgesomd in artikel 32 van de op 19 december 1939 samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor werknemers. De tekst luidt als volgt:
"De Koning richt een Bijzondere Compensatiekas op waarbij van rechtswege zijn aangesloten:
1° |
de gemeenten; |
2° |
de openbare instellingen die afhangen van de gemeenten; |
3° |
de verenigingen van gemeenten; |
4° |
de agglomeraties en de federaties van gemeenten; |
5° |
de openbare instellingen die afhangen van de agglomeraties en van de federaties van gemeenten; |
6° |
de provincies; |
7° |
de openbare instellingen die van de provincies afhangen; |
8° |
de Vlaamse Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie; |
9° |
de gewestelijke economische instellingen bedoeld in
de hoofdstukken II en III van de kaderwet van 15-7-1970 houdende
de organisatie van de planning en economische decentralisatie,
gewijzigd bij het decreet van 25-5-1983 van de Waalse Gewestraad,
de ordonnantie van 20-5-1999 van het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest en het decreet van 27-6-1985 van de Vlaamse Raad; |
10° |
de door de Koning aangewezen instellingen bedoeld bij de wet van 16 maart
1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut en dit
voor hun personeelsleden die geen aanleiding geven tot het betalen aan de
Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid van een bijdrage voor de kinderbijslagregeling
voor werknemers, voor zover ze niet verplicht zijn rechtstreeks gezinsbijslag
te betalen aan die personeelsleden. De Koning bepaalt voor ieder van die
instellingen de aansluitingsdatum; |
11° |
de verenigingen van meerdere hierboven vermelde instellingen; |
12° |
de v.z.w. "Vlaamse Operastichting" voor de personeelsleden die vastbenoemd waren bij de Intercommunale "Opera voor Vlaanderen" en met behoud van hun statuut worden overgenomen. |
De Koning kan andere instellingen toevoegen aan de in het eerste lid vervatte lijst van
aangesloten instanties. Hij kan die lijst wijzigen om rekening te houden met de wetswijzigingen
die voor de in het eerste lid genoemde instellingen gelden. De Koning
kan de bevoegdheid van de Rijksdienst uitbreiden tot andere opdrachten betreffende
het personeel van de voornoemde administraties.
De Koning regelt de inrichting en
de werking van deze Rijksdienst.”
Deze bepalingen werden aangevuld met de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus. Deze wet beoogde de creatie van een federale politie en een lokale politie. Artikel 9 bepaalt de opdeling bij koninklijk
besluit van het
grondgebied van de provincies en van het administratief arrondissement van Brussel-Hoofdstad in politiezones. Op die manier werden 196 politiezones gecreëerd die aansloten bij de RSZPPO.
top
5. Aangesloten werkgevers - Commentaar
Artikel 32, 2° heeft betrekking op:
- de OCMW's;
- de OCMW-verenigingen, bedoeld bij Hoofdstuk XII van de organieke
wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW’s en bij Titel VIII,
Hoofdstuk I van het Vlaams decreet van 19 december 2008 betreffende
de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
- de openbare kassen van lening of “bergen van barmhartigheid”,
bedoeld bij artikel 276 van de Nieuwe Gemeentewet;
- de autonome gemeentebedrijven.
Titel VII, hoofdstuk II, afdeling II van het Vlaams gemeentedecreet van
15 juli 2005 en titel VI, hoofdstuk V van de Nieuwe Gemeentewet voorzien
in de mogelijkheid voor de gemeenten om, op initiatief van hun gemeenteraad, «autonome
gemeentebedrijven» op te richten voor het beheer van hun activiteiten
met industrieel en/of handelskarakter. Het auto-noom gemeentebedrijf
bezit rechtspersoonlijkheid en is een instelling, onderscheiden van
de gemeente die het bedrijf heeft opgericht. Nochtans blijft het
onderworpen aan de controle van de gemeente waaruit het is ontstaan.
Artikel 32, 3° gaat het over de intercommunales waarvan het overwicht van het beheer berust bij de gemeenten en de publieke sector in het algemeen en die beantwoorden aan de voorwaarden van:
- ofwel het decreet van de Vlaamse Raad van 6 juli 2001 houdende intergemeentelijke samenwerking voor de intercommunales waarvan het gehele ambtsgebied binnen de grenzen van het Vlaams Gewest valt.
- ofwel het decreet van de Waalse Gewestraad van 5 december 1996 betreffende de Waalse intercommunales voor de intercommunales waarvan het gehele ambtsgebied binnen de grenzen van het Waals Gewest valt.
- ofwel de wet van 22 december 1986 op de intercommunales voor de intercommunales van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en voor de intergewestelijke intercommunales.
Artikel 32, 7° heeft betrekking op:
- de "autonome provinciebedrijven". Titel VII, hoofdstuk
II, afdeling II van het Vlaams provinciedecreet en Titel VIIter
van de provinciewet voorzien in de mogelijkheid voor de provincies
om, op initiatief van hun provincieraad, autonome provinciebedrijven
op te richten. Het autonome provinciebedrijf bezit rechtspersoonlijkheid
en is een afzonderlijke instelling, onderscheiden van de provincie
die het bedrijf heeft opgericht. Nochtans blijft het onderworpen
aan de controle van de provincie waaruit het is ontstaan.
- de Provinciale OntwikkelingsMaatschappijen in het Vlaams Gewest
(POM’s), opgericht volgens het decreet van 7 mei 2004 van de
Vlaamse Raad.
De gewestelijke economische instellingen waarvan sprake onder artikel
32, 9° zijn de Economische en Sociale Raad
van het Waals Gewest (CESRW), de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij
voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (GOMB), de Sociaal-Economische
Raad van Vlaanderen (SERV).
De enige aangeslotenen van de Rijksdienst onder artikel 32, 10° zijn het “Net
Brussel, Gewestelijk Agentschap voor Netheid” en de “Brusselse Hoofdstedelijke
Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp”, die beide afhangen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
top
6. Wettelijke basis
Samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders
- Gecoördineerd bij enig art. K.B. 19 december 1939 (B.S., 22 december 1939).
- Opschrift vervangen bij art. 14 W. 27 maart 1951 (B.S., 31 maart 1951), met ingang van 1 januari 1950 (art. 62).
- K.B. 11 december 2001 bekrachtigd bij art. 4, 4° W. 26 juni 2002 (B.S., 20 juli 2002 (tweede uitg.)).
Artikel 32 |
Oprichting Bijzondere Compensatiekas (cf. supra) |
Artikel 32bis |
De Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten neemt te zijnen laste de kosten van de medische onderzoeken uitgevoerd te zijnen behoeve met toepassing van de artikel 47 en 63 en de daaraan verbonden administratiekosten. |
| Ingevoegd bij art. 34 W. 21 december 1994 (B.S., 23 december 1994, err., B.S., 30 juni 1995, err., B.S., 16 september 1995), met ingang van 1 januari 1994 (art. 36) en gewijzigd bij art. 22 W. 22 februari 1998 (B.S., 3 maart 1998), met ingang van 1 juli 1998 (art. 53). |
Artikel 32ter |
De Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten verleent de gezinsbijslag aan de burgemeesters en schepenen bedoeld in artikel 19, § 4, van de nieuwe gemeentewet. |
| Ingevoegd bij art. 55 W. 12 augustus 2000 (B.S., 31 augustus 2000). |
Artikel 32quater |
De Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten verleent gezinsbijslag aan de voorzitters van openbare centra voor maatschappelijk welzijn en hun vervangers bedoeld in artikel 37 van de wet van 29 juni 1981 houdende algemene beginselen van de sociale zekerheid. |
| Ingevoegd bij art. 16 W. 23 maart 2001 (B.S., 5 april 2001 (eerste uitg.), err., B.S., 16 mei 2001 (eerste uitg.)), met ingang van 1 april 2001 (art. 18). |
top