Documentatie
FAQ Capelo - Versie 15.03.2012
Update 14.05.2012: A.3-nr.7 (nieuwe vraag)
A.1) Toepassingsgebied (breed en beperkt) aanwezigheid Capelo-blokken:
Vraag 1:
Wat met het verplicht karakter van de Capelo-blokken voor
de werknemers van een werkgever die onder het beperkt toepassingsveld
valt?
Antwoord:
Er wordt (in het eerste en het tweede kwartaal van 2011) slechts een
niet procentuele fout gegenereerd voor de contractuele en statutaire personeelsleden
van een werkgever die onder het beperkt toepassingsgebied valt, en waarvoor
er geen blokken Capelo aangemaakt worden.
Indien bijvoorbeeld het blok 90411 niet aanwezig is voor een
statutair personeelslid, zal de NP anomalie 90411-001 (blok PSD – niet
aanwezig) gegenereerd worden, en geen blokkerende anomalie zoals vermeld
wordt in het glossarium. Deze anomalieën moeten zo snel mogelijk worden rechtgezet d.m.v. een wijzigende aangifte waarbij de ontbrekende Capelo-blokken aangemaakt worden.
Indien er evenwel toch het blok 90411 (blok PSD) aangemaakt wordt,
dan moeten alle onmisbare zones van het blok 90411 aanwezig zijn. Indien
de aangifte een niet inhoudelijke fout bevat (bijvoorbeeld een letter
in een numerieke zone), zal er een blokkerende anomalie gegenereerd worden.
Indien het blok 90411 aangemaakt wordt, dan moet ook altijd een
blok 90412 (baremieke wedde) aanwezig zijn.
top
Vraag 2:
Moet voor een werknemer die gedetacheerd wordt naar een lokaal
bestuur (bv. kabinet) en bij dit laatste bestuur enkel een
specifieke vergoeding (bv. kabinets- of detacheringsvergoeding) ontvangt
(de juridische werkgever betaalt de wedde door en vermeldt lonen en prestaties
van de werknemer op zijn DMFA/PPL) de Capelo-blokken worden aangemaakt?
Antwoord:
Nee, dit is niet nodig. De kabinetsvergoeding wordt door het
lokaal bestuur weliswaar aangegeven met het werknemerskengetal
601, maar wordt door de PDOS niet in aanmerking genomen voor het overheidspensioen.
top
Vraag 3:
Worden de werknemerskengetallen 131, 133, 231 en 233 (deeltijds leerplichtigen)
251, 252 (contractuele geneesheren) en de getallen 642 en 652 (vastbenoemde
geneesheren die geen recht hebben op een overheidspensioen) uitgesloten
uit het ruime toepassingsgebied van Capelo?
Antwoord:
Ja, deze kengetallen zijn uitgesloten uit het toepassingsgebied
van Capelo.
top
Vraag 4:
Worden de personeelsleden van de onderwijsinstellingen, die met
de code “O” (degenen die uitsluitend een niet gesubsidieerde
vergoeding van het bestuur krijgen) worden aangegeven in de zone “statuut
van de werknemer”, uitgesloten uit het toepassingsgebied van Capelo?
Antwoord:
De personeelsleden van de onderwijsinstellingen worden uitgesloten uit
het toepassingsgebied van Capelo.
Het gaat om door de gemeenschap gesubsidieerde personeelsleden
van het onderwijs die bijkomende prestaties opleveren waarvoor ze door
de gemeente of de provincie betaald worden. Voor die prestaties kunnen
ze nooit vast benoemd worden en hebben ze geen recht op pensioen in de
overheidssector (maar wel voor de prestaties die gesubsidieerd zijn).
top
Vraag 5:
Dienen de capelo-blokken te worden aangemaakt voor besturen die volgens
hun statuten vastbenoemde personeelsleden kunnen aanwerven doch
momenteel er geen tewerkstellen?
Antwoord:
Ja, dit is verplicht voor elk bestuur waar theoretisch de mogelijkheid
tot statutaire benoeming bestaat, ongeacht of er op dat moment statutairen
werkzaam zijn of niet.
top
Vraag 6:
Dienen er een capelo-blokken aangemaakt worden voor artikel 60’ers?
Antwoord:
Neen. Volgens het meest recente standpunt van de PDOS vallen artikel 60’ers nooit onder het toepassingsgebied van Capelo, ook niet als de statuten van het bestuur in vaste benoemingen voorzien. Voor artikel 60’ers mogen geen Capelo-gegevens worden opgegeven in de DmfAppl.
top
Vraag 7:
Vallen politieke mandatarissen (bv. burgemeesters, schepenen) onder het
toepassingsgebied van Capelo?
Antwoord:
Neen, deze worden uitgesloten: voor hen mogen geen Capelo-gegevens worden
opgegeven in de DmfAppl.
top
Vraag 8:
Voor monitoren/animatoren alsook voor studenten en vrijwilligers zijn bijzondere regelingen van toepassing waardoor zij onder bepaalde voorwaarden (o.a. indien de tewerkstelling een bepaald aantal dagen niet overschrijdt of indien de toegekende vergoedingen bepaalde bedragen niet overschrijden) vrijgesteld zijn van socialezekerheidsbijdragen.
Indien evenwel de tewerkstelling van een student of monitor/animator het maximum aantal dagen overschrijdt of de vergoedingen van de vrijwilliger het maximumbedrag overschrijdt, is de vrijstelling van socialezekerheidsbijdragen niet van toepassing en wordt deze persoon als gewoon contractueel personeelslid beschouwd en in de DmfaPPL als dusdanig aangegeven.
Dienen er in deze gevallen voor de student, vrijwilliger of monitor/animator de Capelo-blokken te worden aangemaakt?
Antwoord:
Indien betrokkenen aanspraak kunnen maken op een definitieve benoeming, en dus op een pensioen in de openbare sector, moeten de Capelo-blokken worden ingevuld. Indien dit niet het geval is, moeten zij worden aangegeven zonder Capelo-blokken. Voor hen zal de waarde "1" vermeld moeten worden, die vanaf 2011-2 gecreëerd wordt in de nieuwe zone 01012 in het blok 90313 Tewerkstelling-Inlichtingen tot uitsluiting uit Capelo van de werknemers die normaal gezien onder het beperkte toepassingsgebied van Capelo vallen.
top
Vraag 9:
Een contractuele werknemer werkt gedurende een aantal jaren bij een autonoom
gemeentebedrijf (AGB) waar in de statuten niet in de mogelijkheid tot
vaste benoeming voorzien is. Nadien gaat dit contractueel personeelslid
over naar het gemeentebestuur dat wel personeelsleden in vast dienstverband
benoemt en in deze hoedanigheid tewerkstelt.
Het betreffende contractueel personeelslid wordt na verloop van
enige tijd vastbenoemd bij het gemeentebestuur.
Hoe zal in dit geval het pensioen openbare sector van dit personeelslid
vastgesteld worden? Zullen de contractuele dienstjaren gepresteerd bij
het AGB mee in aanmerking worden genomen bij de berekening van dit pensioen?
Antwoord:
De diensten verricht als contractueel werknemer in een functie
waarvoor het statuut niet in de mogelijkheid tot vaste benoeming
voorziet, worden niet in aanmerking genomen bij de berekening van het
pensioen, ook niet wanneer de werknemer in een andere functie benoemd
zou worden, ongeacht of het bij dezelfde of een andere werkgever in de
openbare sector zou zijn.
top
Vraag 10:
De vrijwillige brandweerlui worden aangegeven met de werknemerskengetallen 731 of 732. Zij vallen buiten het toepassingsgebied van Capelo en voor hen worden geen Capelo-blokken aangemaakt. Geldt dit ook voor vrijwillige ambulanciers die enkel voor de dienst 100 werken en dus geen vrijwillig brandweerman zijn?
Antwoord:
Vrijwillige ambulanciers die géén vrijwillig brandweerman zijn, worden in de DmfAppl aangegeven als contractuele personeelsleden (werknemerskengetal 201) maar vallen buiten het toepassingsgebied van Capelo. Voor hen dient de waarde '1' te worden vermeld in de zone 01012 van het nieuwe blok 90313 Tewerkstelling-Inlichtingen.
top
Vraag 11:
Hoe dient een verbrekingsvergoeding behandeld te worden in Capelo?
De periode gedekt door een opzeggingsvergoeding dient in de DmfAppl met aparte tewerkstellingslijnen aangegeven te worden die desgevallend het lopende kwartaal en zelfs het lopende kalenderjaar overschrijden. Dienen dezelfde begin- en einddata van deze tewerkstellingslijn(en) vermeld te worden in de lijn met de gegevens betreffende de tewerkstelling in de openbare sector en in de lijn van de baremieke wedde?
Antwoord:
Er dient voor een periode die wordt gedekt door een verbrekingsvergoeding geen lijn met de gegevens betreffende de tewerkstelling in de openbare sector te worden aangemaakt en dus evenmin de ervan afhangende blokken.
Dit staat uitdrukkelijk vermeld in het DmfAppl-glossarium bij de aanwezigheidsvereisten van het blok “gegevens betreffende de tewerkstelling in de openbare sector”:
“Kardinaliteit 0 indien de tewerkstelling van de werknemerslijn een periode betreft die gedekt is door een verbrekingsvergoeding”
Indien dit blok toch vermeld zou worden onder een tewerkstellingslijn met een opzeggingsvergoeding, zal er een blokkerende anomalie gegenereerd worden.
top
Vraag 12:
Dienen personeelsleden die contractueel zijn en waarvoor geen mogelijkheid bestaat tot vaste benoeming (bv. onderhoudspersoneel) uitgesloten te worden van het toepassingsgebied Capelo?
Antwoord:
Indien geen vaste benoeming is voorzien in de functies van bijvoorbeeld onderhoudspersoneel, mag voor deze personeelsleden die deze functies uitoefenen geen Capelo-aangifte worden gedaan.
top
Vraag 13:
Is het vereist om Capelo-blokken aan te maken voor een werknemer die een overlevingspensioen geniet?
Antwoord:
Ja. Een overlevingspensioen is niet gelijk te stellen met een rustpensioen doch betreft een vervangingsinkomen waarop een werknemer recht heeft na het overlijden van diens echtgenoot of partner.
Aangezien hij/zij nog steeds arbeidsprestaties levert waarvoor rechten kunnen worden opgebouwd in de pensioenregeling van de openbare sector, blijft een werknemer die een overlevingspensioen geniet verder onder het toepassingsgebied van Capelo vallen.
top
Vraag 14:
Kan de term “andere contractuele en tijdelijke personeelsleden voor wie de prestaties die zij leveren in een ambt de rechtspositieregeling geen vaste benoeming voorziet op het ogenblik dat de prestaties geleverd worden” (cfr. administratieve instructies van de RSZPPO) verduidelijkt worden?
Antwoord:
Het betreft de volgende werknemers:
- de modellen van de kunstacademie (die niet als vrijwilligers worden beschouwd omdat zij de vrijstellingsvoorwaarden niet vervullen);
- de stadsgidsen;
- de personeelsleden die occasioneel op een receptie prestaties leveren;
- de niet in vast verband benoemde conciërges (d.w.z. zowel contractuele conciërges als vastbenoemde personeelsleden die een conciërgetaak uitoefenen die in het verlengde ligt van hun prestaties verricht in uitvoering van hun vastbenoemde functie)
indien en voor zover zij bij het betrokken bestuur niet vastbenoemd kunnen worden in deze functies.
top
A.2) Gegevens tewerkstelling openbare sector
Vraag 1:
Wat moet er gebeuren met de lijn van de gegevens m.b.t. de
tewerkstelling openbare sector als de tewerkstellingslijn
afgesloten wordt?
Antwoord:
Indien de gegevens m.b.t. de tewerkstelling openbare sector niet wijzigen,
moet deze lijn niet afgesloten worden. Dezelfde lijn dient hernomen te
worden onder de nieuwe tewerkstellingslijn.
Het is evenwel geen enkel probleem indien op de gegevenslijn
tewerkstelling openbare sector toch een einddatum vermeld zou worden die
overeenstemt met de einddatum van de afgesloten tewerkstellingslijn.
top
Vraag 2:
In welke gevallen wordt de anomalie 00964-388 gesignaleerd?
Antwoord:
Indien de begindatum van het eerste blok PublicServiceData (PDS) later
valt dan de begindatum van het kwartaal of de begindatum van de tewerkstellingslijn,
dan verschijnt de anomalie 00964-388 omdat deze tewerkstellingslijn niet
volledig gedekt is door een blok PSD.
Een tewerkstellingslijn dient steeds volledig gedekt te zijn
door een blok PSD.
Hieronder bevindt zich een grafische voorstelling waarin deze situatie
zich voordoet:

In dit voorbeeld, zal de anomalie 00964-388 worden gesignaleerd,
omdat de tewerkstellingslijn niet gedekt is door een blok
PSD van 1 oktober tot en met 15 november.
Meer voorbeelden hieromtrent zijn te vinden in onze administratieve instructies
van het eerste kwartaal 2011, hoofdstuk 13 (Project Capelo), punten 6.3.1302
en 6.3.1303.
top
Vraag 3:
Wat wordt eigenlijk bedoeld met de “taalrol van de werknemer “?
Antwoord:
De taalrol is afhankelijk van het type instelling van de overheidssector.
- Als type instelling = Vlaams Gewest of Vlaamse Gemeenschap,
dan taalrol = Nederlands.
- Als type instelling = Waals Gewest of Franse Gemeenschap, dan taalrol
= Frans.
- Als type instelling = Duitstalige Gemeenschap, dan taalrol = Duits.
- Als type instelling = Brussels Hoofdstedelijk Gewest, dan taalrol
= Nederlands of Frans.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt elke werknemer aangeworven
in ofwel de Nederlandse, ofwel de Franse taalrol. In de praktijk wordt
de taalrol van een werknemer meestal bepaald op basis van de taal van
het relevante diploma van de werknemer.
Uitzonderingen op deze regel zijn bv. personeelsleden met een Nederlandstalig
diploma die slagen voor een taaltest en die hen toelaat te worden aangeworven
in de Franse taalrol.
Dit gegeven staat dus los van de moedertaal of van de woonplaats
van de werknemer.
top
Vraag 4:
Wanneer in de nieuwe zone in de Dmfa Inlichtingen – tewerkstellingslijn de code 1 wordt ingevuld zal de afwezigheid van de Capelo-blokken in de Dmfa geen fouten genereren. Heeft dit ook impact heeft op de nieuwe waarden voor maatregel-, prestatie- en bezoldigingscodes? Betekent dit m.a.w de vrijstelling van het gebruik van de nieuwe waarden van de 3 hierboven vermelde codes?
Antwoord:
Het gebruik van de nieuwe code 1 stelt de werkgever wel degelijk vrij van het gebruik van de nieuwe waarden voor maatregel-, prestatie- en bezoldigingscodes. Die waarden zijn enkel van toepassing op de statutaire personeelsleden die aanspraak kunnen maken op een pensioen in de overheidssector. Ze gaan dus samen met de nieuwe Capelo-blokken.
top
Vraag 5:
Teneinde op een correcte manier om te kunnen gaan met de verschillende historiekdata van de OCC (OCCupation) , PSD(PublicServiceData) , SS (ScaleSalary) en de ASS (AditinalScaleSalary) en dus een correcte socialezekerheidsaangifte te kunnen opmaken, worden er aan de hand van volgend concreet voorbeeld volgende vragen geformuleerd:
Voorbeeld
Vraag 5a:
Gegeven bovenstaande situatie, moet SS1 aangegeven worden binnen PSD1 in kwartaal 2011/2? Enerzijds ligt SS1 volledig vóór kwartaal 2011/2 en lijkt dit overbodig, anderzijds is technisch gezien PSD1 niet volledig gedekt door een SS indien dit niet aangegeven wordt.
Antwoord:
SS1 moet niet aangegeven worden in kwartaal 2011/2.
Technisch gezien is PSD1 wel volledig gedekt door SS1 + SS2 binnen de begin- en einddatum van kwartaal 2011/1 en volledig gedekt door SS2 binnen de begin- en einddatum van kwartaal 2011/2.
Vraag 5b:
Indien SS1 niet moet aangegeven worden in kwartaal 2011/2 (cfr vraag 1), mag de start-datum van SS2 begrensd worden op de grootste begindatum van de 3 parent-elementen [PSD,OCC, trimester] ? In dit voorbeeld dus 01/04/2011 of moet deze de eigenlijke startdatum behouden nl. 01/03/2011?
Antwoord:
De startdatum van SS2 in kwartaal 2011/2 moet in dit geval 01-03-2011 zijn.
Vraag 5c:
Is het correct dat voor de aangifte van kwartaal 2011/2, SS3 niet dient aangegeven te worden onder PSD1 ?
Antwoord:
Het is inderdaad correct: SS3 begint pas in de loop van kwartaal 2011/3.
Met andere woorden onder PSD1:
• is er maar één SS in kwartaal 2011/2: SS2 met begin op 01-03-2011 en zonder einddatum;
• zijn er twee SS in kwartaal 2011/3: SS2 met begin op 01-03-2011 en einde op 31-07-2011 en SS3 met begin op 01-08-2011 en zonder einddatum.
Vraag 5d:
Moet voor de aangifte van 2011/2, de einddatum van SS2 op blanco gezet worden, of moet hier de kleinste waarde van de einddatum van de 3 parent-elementen [PSD,OCC, trimester] in gezet worden, in dit geval 30/06/2011? Of zijn beide keuzes mogelijk?
Antwoord:
Zie vorige vraag.
top
A.3) Wedden
Vraag 1:
Hoe gebeuren de controles van de baremieke wedde?
Antwoord:
Eerst wordt er nagegaan of het controlegetal voor de opgegeven referentie
van de baremieke wedde correct is. Indien niet, zal dit een blokkerende
anomalie genereren.
Vervolgens geschiedt er een controle op basis van de referentietabel,
die desgevallend een niet-procentuele anomalie kan opleveren.
A posteriori kan er ook nog een controle door de PDOS plaatsvinden.
In de referentietabel van elk bestuur is er een “dummy” voorzien
door de PDOS. Dit is eenzelfde waarde voor alle besturen die kan gebruikt
worden indien er geen correcte referentie voor de weddenschaal voorhanden
is.
Dit biedt als voordeel dat de DmfAPPL niet gecorrigeerd moet
worden indien de dummy gebruikt wordt.
top
Vraag 2:
Welke datum van ranginneming moet er opgegeven worden voor personeelsleden
die geblokkeerd zijn in hun barema, bijvoorbeeld ingevolge een disciplinaire
sanctie?
Antwoord:
Voor deze personeelsleden wordt er gedaan alsof zij verder evolueren
tot de einddatum van de blokkering. M.a.w. dezelfde handelswijze moet
gevolgd worden als bij een afwezigheid die niet meetelt voor de geldelijke
anciënniteit.
top
Vraag 3:
Hoe dient de datum van ranginneming bepaald te worden?
Antwoord:
Het is de datum die in aanmerking genomen wordt voor de vaststelling
van de geldelijke anciënniteit van het personeelslid en die dus bepalend
is voor de berekening van zijn/haar wedde. Indien bijvoorbeeld een bestuur
prestaties geleverd in de privésector meetelt voor de geldelijke
anciënniteit, moet dit ook tot uiting komen in de datum van ranginneming
die vermeld wordt in de DmfAppl.
Voor alle duidelijkheid: de periode van geldelijke anciënniteit
stemt niet overeen met de periode die in aanmerking genomen wordt voor
de berekening van het pensioen openbare sector, waarvoor andere regels
van toepassing zijn.
top
Vraag 4:
Wat moet er gebeuren indien er voor eenzelfde personeelslid twee weddebarema’s
alternerend van toepassing zijn?
Antwoord:
Voor elk toepasselijk weddebarema moet er telkens een nieuwe baremalijn
aangemaakt worden.
top
Vraag 5:
Het "aantal uren per week" en het "aantal uren per week – volledige baremawedde" moeten aangeven worden in de lijn van baremieke wedde(LBW) als de werknemer een deeltijdse aanstelling/contract heeft en als hij geniet van een maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd (MRA). Is wat dit betreft de volgende stelling correct : "Indien de weddebreuk van de LBW vermeld moet worden, dan moet deze altijd verschillend zijn van de Q/S (= uren per week van werknemer/maatpersoon) van de tewerkstellingslijn (= TWL)."
Antwoord:
Als een werknemer met een deeltijdse aanstelling/contract gebruik maakt van een maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd, dan is de weddebreuk van de baremieke weddelijn steeds verschillend van de Q/S van de tewerkstellingslijn. In een dergelijke situatie zal de weddebreuk van de baremieke weddelijn steeds groter zijn dan de Q/S van de tewerkstellingslijn omdat het basisuurrrooster van de werknemer (= uurrooster zonder rekening te houden met de MRA) moet worden vermeld op het niveau van de baremieke weddelijn.
top
Vraag 6:
Wanneer een werknemer een "deeltijds" contract of aanstelling heeft en er is een "maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd" van toepassing, dient het aantal uren per week aangegeven te worden op basis waarvan de werknemer bezoldigd zou zijn geweest indien hij niet van een afwezigheid had genoten.
Is deze situatie van toepassing op alle afwezigheden met maatregelcode (dus ook de bestaande maatregelcode 3, 4, 7)? Of enkel op de nieuwe maatregelcodes in het kader van Capelo (5xx, …).
Antwoord:
Deze situatie is van toepassing op alle afwezigheden met een maatregelcode, ook voor de MRA 3, 4 en 7.
top
Vraag 7:
Hoe moet de baremieke wedde voor conciërges in het toepassingsveld van Capelo worden aangegeven?
Antwoord:
Voor een vastbenoemde conciërge die uitsluitend voordelen in natura ontvangt, wordt het voordeel in natura geraamd op 12,5% van het gemiddelde tussen het minimum- en maximumbedrag van weddenschaal van de vroegere graad van bode-kamerbewaarder (DA1).
In het Capeloblok dient het bedrag van 12,5% van de baremieke jaarwedde te worden vermeld en niet de volledige (niet geïndexeerde) baremieke jaarwedde DA1 aan 100%.
Dezelfde waarde moet worden vermeld voor de contractuele conciërges die bij het betrokken bestuur vastbenoemd kunnen worden in deze functie.
top
A.4) Weddebijslagen
Vraag 1:
Aangezien de eindejaarstoelage en vakantiegeld weddenbijslagen zijn
die van belang zijn voor de perequatie van het pensioen, stellen we ons
de vraag hoe we deze moeten aangeven in de blok weddenbijslagen?
Antwoord:
Door het feit dat de problematiek van de weddencomplementen en –supplementen
die niet voor de berekening van het pensioen maar wel voor de perequatie
tellen zo complex is en dat het KB met de lijst van al die supplementen
nog niet verschenen is heeft PDOS beslist dat die weddenbijslagen NIET
in het blok “Weddenbijslagen” van de DmfA aangegeven moeten
worden.
Dit betekent dat alleen de complementen en de supplementen die voor
de berekening van het pensioen tellen (art. 8 wet 21-07-1844) in dat blok
aangegeven moeten worden.
Een bericht daaromtrent zal binnenkort op www.capelo.be verschijnen.
top
Vraag 2:
Het nieuwe blok 90413 “weddenbijslagen” is optioneel en moet
alleen ingevuld worden voor de bijslagen die in aanmerking genomen worden
voor de berekening van het pensioenbedrag en die vermeld worden in artikel
8, § 2 van de wet van 21-7-1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen.
Geldt dit ook voor de bijwedde voor buitengewoon nacht- of weekendwerk,
of werk op een feestdag, toegekend aan het personeel van rust- en verzorgingsinstellingen?
Hoewel dit type vergoeding in aanmerking genomen wordt voor de
berekening van het pensioen, is er sprake om dit niet via het blok 90413
aan te geven, maar via een ander kanaal dan de DmFAPPL-aangifte op het
ogenblik van de pensioenaanvraag.
Antwoord:
Men is afgestapt van de idee om eventueel een bijkomend kanaal te gebruiken.
Alles zal nu opgevraagd worden via de DmfAppl!!
top
Vraag 3:
Dient de premie die werknemers in de regeling van de vrijwillige vierdagenweek
ontvangen opgegeven te worden in de capelo-blokken?
Antwoord:
Deze premie moet NIET aangegeven worden in de blok “weddebijslagen”.
top
Vraag 4:
Moet de kabinetsvergoeding, die een naar het kabinet gedetacheerd personeelslid
ontvangt, aangegeven worden in het blok “weddebijslagen”?
Antwoord:
Neen, deze vergoeding wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening
van het pensioen openbare sector en valt dus buiten Capelo.
top
Vraag 5:
Stel dat een werknemer een barema X heeft en daarboven een supplement
ontvangt van 10% dat berekend wordt op weddebarema Y?
Antwoord:
Dit is geen probleem daar de weddebijslag los staat van het barema (te
vermelden in blok “baremieke wedde”) en apart gecodeerd moet
worden in het blok “weddebijslagen”.
top
Vraag 6:
De weddebijslag van 11% voor buitengewone en onregelmatige prestaties
die aan het verplegend en verzorgend personeel wordt toegekend, is rechtstreeks
verbonden met het effectief verrichten van dergelijke prestaties en kan
dus worden ingetrokken als de werknemer deze prestaties niet meer verricht.
Moeten wij, bij onderbreking van de betaling van deze bijslag omdat de
werknemer zich in een administratieve toestand bevindt die onverenigbaar
is met de uitkering van deze bijslag, (bijvoorbeeld wanneer hij in verlof
is in het kader van loopbaanonderbreking), deze weddebijslag blijven aangeven
in de weddebijslaglijn alsof de werknemer deze bijslag nog steeds geniet,
zoals dit het geval is voor de baremieke wedde?
Antwoord:
Neen, het gaat hier om een uitzondering. Hoewel de baremieke wedde verder
moet worden aangegeven in de hiertoe bestemde lijn, moet in deze situatie
de weddebijslag van 11 % niet meer worden aangegeven in de weddebijslaglijn.
Het is dan ook nodig deze lijn af te sluiten en er met andere woorden
een einddatum in te vermelden.
top
Vraag 7:
Ons bestuur heeft een nieuw weddensupplement ingevoerd dat ook toegekend wordt aan de vastbenoemde personeelsleden. Voor de aangifte in de Capelo-blokken hebben wij een referentie aangevraagd aan de PDOS, maar tot op heden werd de referentie voor het nieuwe weddensupplement nog niet toegekend. Het niet invullen van de referentie in de weddebijslaglijn geeft aanleiding tot een blokkerende anomalie in de DmfAPPL. Hoe kan de weddenbijslag toch correct worden aangegeven in de DmfAPPL?
Antwoord:
Indien u tijdens de voorbereiding van de DmfAPPL vaststelt dat u voor bepaalde weddensupplementen nog niet beschikt over een referentiecode, dan mag u – in dringende gevallen en in afwachting van de toekenning van een geldige code – gebruik maken van de hiernavolgende codes:
- Voor weddeschalen 999999999949
- Voor weddebijslagen uitgedrukt in de vorm van een jaarbedrag 111111111127
- Voor weddebijslagen uitgedrukt in de vorm van een percentage 222222222254
- Voor weddebijslagen uitgedrukt in de vorm van een variabel percentage 333333333381
- Voor weddebijslagen uitgedrukt in de vorm van een bedrag per uur/prestatie 444444444411
- Voor weddebijslagen uitgedrukt in de vorm van een percentage per uur/prestatie 555555555538
- Voor weddebijslagen uitgedrukt in de vorm van een variabel bedrag 666666666665
Het gebruik van voormelde codes zal geen anomalieën veroorzaken bij de verwerking van de DmfA-aangifte, ongeacht welke bedragen of percentages u vermeldt. Die codes zullen evenmin aanleiding geven tot een rechtzetting met terugwerkende kracht van de DmfA-aangifte.
top
Vraag 8:
Ons bestuur heeft voor de vastbenoemden twee weddensupplementen van respectievelijk 1,01 EUR per uur en 2,02 EUR per uur ingevoerd. Wij kregen van de PDOS voor deze weddensupplementen nog geen referentie toegekend, en willen - in afwachting van de toekenning van een geldige code - voor deze nieuwe weddebijslagen die uitgedrukt worden in de vorm van een bedrag per uur/prestatie, de referentie “444444444411” hanteren in de DmfAPPL. Hoe moeten wij een personeelslid dat gedurende het kwartaal 15 uren gewerkt met als bedrag per uur 1,01 EUR, zijnde een totaal van 15,15 EUR, en gedurende datzelfde kwartaal 20 uren gewerkt met als bedrag per uur 2,02 EUR, zijnde een totaal van 40,40 EUR, aangeven in de DmfAPPL? Wij moeten normaal twee blokken 90413 (weddenbijslag) aanmaken met respectievelijk 15,15 EUR in de zone 983 (bedrag van de weddebijslag) van het eerste blok en 40,40 EUR in de zone 983 van het tweede blok. Evenwel kunnen wij in dezelfde DmfAPPL geen twee blokken 90413 aangeven met de waarde “444444444411” in de zone 977 (referentie van de weddebijslag).
Antwoord:
Het is inderdaad niet mogelijk om twee weddebijslaglijnen te creëren die dezelfde functionele sleutel hebben (referentie, identieke begindatum en einddatum).
Indien geen van beide referenties beschikbaar is en gelet op het feit dat de PDOS de bedragen die met de referentie “444444444411” worden vermeld niet zal controleren, mogen de bijslagen onder dezelfde referentie samengenomen worden. De bijslagen van respectievelijk 15,15 EUR (= 15 uur prestaties) en van 40,40 EUR (= 20 uur prestaties) worden dan samen beschouwd als één forfaitaire bijslag van 55,55 EUR (= 35 uur prestaties).
In het blok 90413 (weddebijslag) moeten naast het bedrag van de weddebijslag (zone 983), ook het aantal uren of prestaties (zone 982) en het basisbedrag van de weddebijslag (zone 980) vermeld worden. De verschillende zones van het blok 90413 worden als volgt aangegeven:
2011-xx-xx (begindatum) - 2011-yy-yy (einddatum) - 444444444411 (referentie) – “1,59” (basisbedrag) – geen percentage – “35” (aantal uren of prestaties) – “55,55” (bedrag van de bijslag).
De zones 980 (basisbedrag) en 982 (aantal uren of prestaties) van het blok weddebijslag
moet op dezelfde wijze ook ingevuld worden bij het gebruik van de referentie-codes “333333333381”
(weddebijslag in de vorm van een variabel percentage) en ”555555555538”
(weddebijslag uitgedrukt in de vorm van een percentage per uur/prestatie).
top
A.5) Afwezigheden (prestatiecode, MRA)
Vraag 1:
Wat is de definitie van een “periode” i.v.m de vier nieuwe
prestatiecodes 31, 32, 41 en 42?
Antwoord:
- Onder een periode verstaat men een opeenvolging van meer
dan vijf achtereenvolgende kalenderdagen (weekenddagen inbegrepen).
- Wanneer de volledige afwezigheid minder dan zes opeenvolgende kalenderdagen
duurt zonder onderbreking, dan vormen zij geen periode.
top
Vraag 2:
Moet dezelfde bezoldiging met een andere looncode aangegeven worden naargelang
de aangiftewijze: indien men de MRA-code 501, 503, 507, 508 of 509 in
de zone 51 (Maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd) vermeldt,
dan moet de looncode 170 gebruikt worden; indien men de prestatiecode
42 gebruikt, dan moet de looncode 101 gebruikt worden? Is dit wel correct?
Antwoord:
Dit is inderdaad de voorgeschreven werkwijze. Het is evenwel ook mogelijk
om de looncode 170 te gebruiken in combinatie met de prestatiecode 42.
Er zal in dat geval geen anomalie gegenereerd worden.
top
Vraag 3:
Indien er sprake is van een deeltijdse afwezigheid die wordt aangeduid
met één van de MRA-codes 501, 503, 507, 508 of 509, dan
moet er ook een nieuwe tewerkstellingslijn aangemaakt worden (want een
nieuwe waarde in de zone 51). Indien er voor deze deeltijdse afwezigheid
een andere wedde dan de activiteitswedde uitbetaald wordt, met welke looncode
wordt deze dan aangegeven: met de looncode 101 of met de looncode 170?
Het betreft hier immers geen volledige afwezigheid.
Antwoord:
Het is zo dat, voor een deeltijdse afwezigheid, aangegeven in de zone
51 met de MRA-code 501, 503, 507, 508 of 509, waarbij een andere wedde
dan de activiteitswedde uitbetaald wordt, deze laatste in principe moet
aangegeven worden met DmfAPPL-looncode 101. Indien niettemin de looncode
170 (deze heeft betrekking op een volledige aanwezigheid) vermeld zou
worden, zal er geen anomalie gegenereerd worden.
top
Vraag 4:
Is het correct om de code 502 te gebruiken voor « verminderde prestaties
omwille van sociale of familiale redenen »?
Of dienen toch de codes 3 en 4 te worden gebruikt omdat de karakteristieken
van deze afwezigheid overeenkomen met de code 502 - niet-bezoldigd verlof
dat met dienstactiviteit gelijkgesteld is.
Antwoord:
Voor « verminderde prestaties omwille van sociale of familiale
redenen » moet de nieuwe code 502 worden gebruikt.
De codes 3 en 4 worden enkel gebruikt in geval van loopbaanonderbreking,
ondanks het feit dat de karakteristieken van dit type afwezigheid dezelfde
zijn als voor code 502 – niet-bezoldigd verlof dat met dienstactiviteit
gelijkgesteld is.
top
Vraag 5:
Welke code moet opgegeven worden voor beroepsbrandweerlieden die een
wachtgeld ontvangen voor een verlof voorafgaand aan de pensionering?
Antwoord:
Voor deze brandweerlieden moet de code 503 vermeld worden in de zone “Maatregel
tot reorganisatie van de arbeidstijd”.
top
Vraag 6:
Mag de prestatiecode 30 na het 4e kwartaal 2010 nog gebruikt worden?
Antwoord:
Prestatiecode 30 blijft voor de contractuelen van toepassing.
top
Vraag 7:
Zal er een anomalie gegenereerd worden als bv. de prestatiecode 31 gebruikt
wordt in combinatie met maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd
(MRA) 502?
Antwoord:
Er is geen controle op het combineren van prestatiecodes en codes maatregel
tot reorganisatie van de arbeidstijd.
Er is wel een controle op het combineren van de maatregel tot
reorganisatie van de arbeidstijd en de aanwezigheid van het blok prestaties.
Indien een maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd vereist dat
het gemiddeld aantal uren per week van de werknemer (Q) gelijk is aan
0, dan mag er geen prestatie worden aangegeven.
Indien er wel prestaties worden aangegeven, zal dit leiden tot
de anomalie 90018-094 (blok Prestatie van de tewerkstelling
werknemerslijn - onverenigbaarheid aard werknemer).
top
Vraag 8:
Wordt er een anomalie gegenereerd indien er een tewerkstelling van minder
dan 6 kalenderdagen wordt aangegeven met bv. maatregel tot reorganisatie
van de arbeidstijd 502?
Zo ja, welke?
Antwoord:
Indien de afwezigheid minder dan zes opeenvolgende kalenderdagen bedraagt,
kan er ofwel een prestatiecode worden gebruikt, ofwel een maatregel tot
reorganisatie van de arbeidstijd. Er zal dus geen anomalie worden gesignaleerd
als u een maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd gebruikt voor
een tewerkstellingslijn van minder dan 6 kalenderdagen omvat.
In het algemeen worden er geen anomalieën gesignaleerd in het kader
van de bewuste 6-dagenregel.
top
Vraag 9:
Kan vanaf 2011-1 de prestatiecode 30 in de DmfA nog gebruikt worden voor
de vastbenoemden? Of kunnen de onbezoldigde afwezigheden van de vastbenoemden
vanaf 2011-1 enkel aangegeven worden met de prestatiecodes 31 of 32?
Antwoord:
Het doel bestaat er effectief in om code 30 niet meer te gebruiken voor
vastbenoemden aangezien deze code niets zegt over de administratieve toestand
van het personeelslid.
Via codes 31 en 32 daarentegen is het mogelijk te zien of de
medewerker in dienstactiviteit of in non-activiteit is, wat invloed heeft
op de berekening van zijn pensioen.
top
Vraag 10:
Hoe gebeurt de berekening van het aantal dagen in een periode? Mag iemand
die bv. volledig afwezig is van maandag tot en met vrijdag van dezelfde
week, aangegeven worden met een prestatiecode?
Of is er hier sprake van een opeenvolging van zeven achtereenvolgende
kalenderdagen (maandag tot en met zondag) zodat deze persoon aangegeven
moet worden met een MRA-code en er geen prestatiecode mag gebruikt worden?
Antwoord:
Om het aantal dagen te bepalen, dient te worden gekeken naar de aangegeven
periode.
Indien de afwezigheid de periode van maandag tot en met vrijdag
dekt (medisch attest ter staving bijvoorbeeld), dan kan deze worden aangeven
met ofwel een MRA-code, ofwel een prestatiecode.
Indien de afwezigheid echter de periode van maandag tot en met
zondag dekt, dan is er geen keuze en moet voor de afwezigheid een MRA-code
worden gebruikt.
top
Vraag 11:
Is de volgende stelling altijd correct: indien de maatregel tot reorganisatie
van de arbeidstijd één van de waarden 5XX heeft en het “gemiddeld
aantal uren per week van de werknemer” gelijk is aan 0, dan moet
het “aantal dagen per week van de arbeidsregeling” ook 0 zijn
en omgekeerd?
Antwoord:
Indien de volledige afwezigheid van een werknemer vermeld wordt met de
waarde 5XX in de zone “maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd”,
dan geldt de stelling: “Indien het “gemiddeld aantal uren
per week van de werknemer” gelijk is aan 0, dan moet het “aantal
dagen per week van de arbeidsregeling” ook 0 zijn. En omgekeerd”.
top
Vraag 12:
Voor het aanduiden van de afwezigheden is “volledige afwezigheid” een
belangrijk begrip.
Wat is de juiste betekenis van de term “volledig”?
Uit de omschrijving van de prestatiecodes 31, 32 en 41 blijkt
dat zij gebruikt worden voor het aanduiden van categorieën van “volledige
afwezigheid” die betrekking hebben op dagen of delen van dagen gespreid
in de tijd (bijvoorbeeld over een maand of kwartaal). Welke elementen
worden in rekening gebracht om het begrip “volledige afwezigheid” correct
te begrijpen?
Antwoord:
Een volledige afwezigheid is een afwezigheid gedurende dewelke de werknemer
geen enkele prestatie uitoefent in het kader van de aanstelling of het
contract.
Indien de volledige afwezigheid betrekking heeft op een periode
(= meer dan vijf opeenvolgende kalenderdagen), dan wordt zij in de DmfAPPL
aangeduid op het niveau van de tewerkstellingslijn met een waarde in de
zone “maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd” en wordt
de teller van de tewerkstellingsbreuk (Q) is dan gelijk aan 0 (nul).
Indien de volledige afwezigheid geen bettrekking heeft op een periode (= minder
dan vijf opeenvolgende dagen), dan wordt zij in de DmfAPPL aangeduid op
- ofwel het niveau van de tewerkstellingslijn (met een waarde in de
zone “maatregel
tot reorganisatie van de arbeidstijd” en een teller van de tewerkstellingsbreuk
gelijk aan nul)
- ofwel het niveau van de prestatielijn (met de prestatiecode 31, 32 of
41 en een teller van de tewerkstellingsbreuk die verschillend is van nul).
top
Vraag 13:
De maatregelcode 506 is bedoeld voor elke vorm van verlof of afwezigheid,
al dan niet bezoldigd.
Kan of mag deze maatregel bezoldigde en onbezoldigde afwezigheden
dekken? Zou het niet beter zijn om de waarde 506 uitsluitend te gebruiken
voor bezoldigde afwezigheden en voor de onbezoldigde afwezigheden een
nieuwe waarde te creëeren?
Antwoord:
Het verlof voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheden
bestaat uit twee vormen:
- het algemeen stelsel. In dit stelsel is het verlof niet bezoldigd;
- het specifiek stelsel voor de statutaire werknemers die minstens
50 jaar oud zijn of minstens 2 kinderen jonger dan 15jaar ten
laste hebben.
Die personeelsleden krijgen 1/5 van de wedde voor de niet gepresteerde
uren.
In dit stelsel is het verlof bezoldigd.
Ongeacht het stelsel bestaat er maar één verlof met één
bepaalde invloed op de berekening van het pensioen.
Er is dus ook maar één maatregel tot reorganisatie voor
dat verlof (twee stelsels): 506.
top
Vraag 14:
Welke MRA-code moet worden vermeld voor het “verlof voor deeltijdse
prestaties” zoals voorzien in artikelen 200 tot 203 van het besluit
van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 inzake de rechtspositieregeling
van de personeel van de lokale besturen?
Antwoord:
Volgens de PDOS kan het “verlof voor deeltijdse prestaties” zoals
voorzien in artikelen 200 tot 203 van het Vlaamse Rechtspositiebesluit
NIET beschouwd worden als een verlof voor verminderde prestaties wegens
persoonlijke aangelegenheden.
De te gebruiken MRA-code in de DmfAppl is dus code 510 en niet 506.
top
Vraag 15:
“Een statutair personeelslid maakt gebruik van een afwezigheid die
aangeduid wordt met een maatregel ter reorganisatie van de arbeidstijd
en wordt ziek.
Na een periode waarin hij zijn volledige wedde ontvangt, valt
hij in disponibiliteit omdat zijn ziektekrediet opgebruikt is.
Kan men deze persoon aangeven met dezelfde waarde in de zone “maatregel
tot reorganisatie van de arbeidstijd” of moet een nieuwe tewerkstellingslijn
aangemaakt worden?
Antwoord:
Wanneer een statutair die zich in het stelsel van een maatregel
ter reorganisatie van de arbeid bevindt, wegens ziekte in disponibiliteit
valt, dient een nieuwe tewerkstellingslijn te worden gecreëerd
met de MRA-code “507” – Terbeschikkingstelling (voltijds
of deeltijds) met wachtwedde.
Van zodra de werknemer het werk hervat, dient opnieuw een tewerkstellingslijn
gecreëerd te worden met vermelding van de code van het stelsel waarin
hij zich bevindt.
top
Vraag 16:
Wanneer een werknemer minstens 6 opeenvolgende kalenderdagen (inclusief weekenddagen) gespreid over 2 kwartalen afwezig is, moet dan in beide kwartalen een code “maatregel tot reorganisatie van de arbeidstijd” gebruikt worden?
Antwoord:
Ja.
top
Vraag 17:
Hoe moeten de gelijktijdige afwezigheden van de vastbenoemde personeelsleden aangegeven worden in Capelo?
Antwoord:
Voor de aangiften van 2011 en 2012-1 gelden de volgende regels:
1. Ofwel is een werknemer gedurende een periode X (die aangegeven wordt met de MRA-code A) gedeeltelijk afwezig. Tijdens deze afwezigheid, geniet hij van een tweede (volledige) afwezigheid gedurende een periode Y (die aangegeven wordt met de MRA-code B). In dit geval moet er chronologisch gewerkt worden. Met andere woorden, de tewerkstellingslijn X met de MRA-code A wordt afgesloten op de dag, voorafgaand aan de begindatum van de periode Y. Een nieuwe tewerkstellingslijn met de MRA-code B vangt aan op de dag waarop de periode Y begint. Indien de afwezigheid die aangegeven wordt met de MRA-code A voortduurt na de beëindiging van de periode Y, dan wordt een nieuwe tewerkstellingsperiode gecreëerd met de MRA-code A.
2. Ofwel is een werknemer gedurende een periode X (die aangegeven wordt met de MRA-code A) gedeeltelijk afwezig. Tijdens deze afwezigheid, geniet hij van een tweede (volledige) afwezigheid in de vorm van dagen die geen periode vormen (en die aangegeven worden met een MRA-code B). In dit geval wordt de tewerkstellingslijn X met de MRA-code A niet onderbroken.
Het volstaat om met de juiste prestatiecode het aantal afwezigheidsdagen dat de werknemer in de loop van het trimester of van de periode genoten heeft, aan te duiden.
De RSZPPO onderzoekt de noodzaak om vanaf 2012-2 in de DmfAPPL één of meerdere nieuwe zones in te voeren met het oog op een éénduidige en sluitende interpretatie van de gelijktijdige afwezigheden in de DmfAPPL vanwege de PDOS.”
top
A.6) Varia:
Vraag 1:
Hoe gebeurt de vaststelling van de rechten op pensioen voor de
perioden vóór 01-01-2011?
Antwoord:
De PDOS zal op de door Capelo ingezamelde historische gegevens steunen.
Als het nodig is (b.v. bijkomende informatie) zal PDOS contact
met de betrokken werkgevers nemen zoals het nu dagelijks gebeurt in
het kader van het beheer van de pensioendossiers.
top
Vraag 2:
Moet een ambtenaar van de lokale politie, die tijdelijk gepensioneerd
wordt wegens
lichamelijke ongeschiktheid, aangegeven blijven in DimonaPPL
en dus ook in de DmfAPPL?
Antwoord:
Nee, de ambtenaar wordt betaald door de CDVU-pensioendienst op basis
van instructies
van de PDOS.
Bij de aanvang van de tijdelijke pensionering wegens lichamelijke
ongeschiktheid wordt een DimonaPPL uit dienst verricht en het vervroegd
gepensioneerd personeelslid van de lokale politie wordt niet meer vermeld
op de DmfAPPL.
Bij een eventuele terugkeer dient er een DimonaPPL indienst te
gebeuren.
top
Vraag 3:
In de notificatie van wijziging werden er in het blok 90178 “pad” een
aantal nieuwe velden gecreëerd:
- 00993 - VOLGNUMMER VAN HET ELEMENT VAN DE LOOPBAANGESCHIEDENIS
- 01000 - VOLGNUMMER VAN DE BAREMIEKE WEDDE
- 01001 - VOLGNUMMER VAN DE WEDDEBIJSLAG
- 01002 - CODE VOOR NIET-SITUEERBARE AFWEZIGHEID
- 01004 - KALENDERJAAR
- 01006 - VOLGNUMMER WERKGEVER
Wordt het glossarium van de DmfAPPL nog aangepast door deze
zes nieuwe zones op te nemen in de Capelo-blokken?
Antwoord:
Het glossarium van de notificatie van wijziging wordt niet uitsluitend
gebruikt voor de
DmfAPPL, maar ook voor andere toepassingen: ASR, Dimona, en sinds
kort de historische gegevens Capelo.
De zes zones die worden vermeld, maken deel uit van het glossarium
voor de historische gegevens voor Capelo (= de loopbaangegevens van de
periode vóór 01-01-2011).
De aangifte van deze historische gegevens zal via een ander kanaal
dan de DmfAPPL verlopen.
top
Vraag 4:
Voor de lokale besturen kunnen enkel de codes 1 en 4 worden weerhouden als personeelscategorie. Wil dit zeggen dat het technisch personeel ook onder de code 1 (= administratief personeel) wordt aangegeven?
Antwoord:
De PDOS heeft formeel bevestigd dat het technisch personeel van de lokale besturen onder de code 1 van de nomenclatuur van de personeelscategorieën van de overheidssector moet worden aangegeven. De toegelaten personeelscategorieën per werkgever zijn terug te vinden op de portaalsite van de Sociale Zekerheid: https://professional.socialsecurity.be/site_nl/employer_ppl/Applics/dmfappo/general/techlib.htm (tab-blad Capelo).
top